Hoofdstuk 1 - De weg boven de lijn
Dit hoofdstuk vormt het beginpunt van het boek. Niet bij een oplossing, maar bij het moment waarop leiders ervaren dat wat ooit werkte, niet meer vanzelfsprekend klopt. Een innerlijk schuren dat uitnodigt tot vertraging en aandacht.
Je maakt kennis met boven en onder de lijn als twee ervaringswerelden in leiderschap. Onder de lijn vernauwt de aandacht en neemt controle toe; boven de lijn ontstaat ruimte, aanwezigheid en keuzeruimte. De beweging ertussen is geen prestatie, maar een innerlijke verschuiving.
Het hoofdstuk verkent hoe denken, voelen, lichaam en innerlijke stemmen samen het leiderschap van binnenuit vormen — en hoe wat ooit bescherming bood, in een complexere werkelijkheid ook kan begrenzen. Denken alleen blijkt niet langer voldoende.
De weg boven de lijn opent een andere vorm van intelligentie: sensitief, adaptief en relationeel. Niet gericht op beheersing, maar op aanwezig zijn bij wat zich aandient.
Dit hoofdstuk laat zien: leiderschap begint niet met weten, maar met durven blijven waar het nog niet helder is. De weg omhoog is tegelijk een weg naar binnen.
👉 Dit is waar betekenis en resonantie ontstaat.