Een moment van verstilling

Als waardering voor je bezoek aan deze website nodig ik je uit om de epiloog van De Zachte Revolutie van Leiderschap te lezen.

Niet als samenvatting van het boek, maar als een ervaring. Een plek waar taal vertraagt en leiderschap niet wordt uitgelegd, maar gevoeld.

 

Epiloog - in de liminale ruimte

Het is laat geworden.
De dag is afgerond, al voelt niets echt af.

Een leider staat stil op het plein voor het gebouw. Achter hem liggen de gesprekken, de besluiten, de woorden die vandaag zijn uitgesproken.
Voor hem ligt niets dat benoemd kan worden. Alleen de avond, de lucht die afkoelt, het zachte geluid van verkeer in de verte.

Hij merkt hoe zijn lichaam nog in de stand van doen staat.
De neiging om te handelen.
Om iets toe te voegen.
Om betekenis te geven aan wat er is gebeurd.

 

Maar hij doet niets. En in dat niets-doen gebeurt iets anders.

 

De druk zakt.
Zijn adem verdiept zich.
Het denken vertraagt zonder dat hij het hoeft te sturen.

 

Hier, in dit moment, wordt iets zichtbaar wat zich de hele dag al aankondigde: dat leiderschap niet altijd vraagt om handelen, maar soms om aanwezig te blijven bij wat nog geen vorm en inhoud heeft.

 

Dit is de liminale ruimte.
Niet leeg, maar open.
Niet onzeker, maar oningevuld.

Hij voelt hoe de behoefte om te sturen langzaam plaatsmaakt voor iets subtielers.
Geen controle. Geen richting.
Maar een afgestemde aanwezigheid, alsof hij luistert naar een veld dat groter is dan hijzelf.

Wat hij vandaag niet heeft opgelost, begint zich hier te ordenen.
Niet door uitleg. Niet door analyse.
Maar door afstemming.

 

De organisatie die hij leidt, verschijnt niet langer als een schema of structuur, maar als een levend geheel waarin leef- en systeemwereld in elkaar overvloeien: mensen, spanningen, verlangens, verhalen — allemaal in beweging. Hij staat er niet boven. Hij staat erin.

 

En precies daar verschuift iets wezenlijks.

 

Van doen naar zijn.
Van sturen naar resoneren.
Van uitleg naar afstemming.

Niet als keuze. Niet als techniek.
Maar als ervaring.

Hij hoeft het niet te begrijpen.
Hij hoeft het niet vast te houden.
Het is voldoende om het toe te laten.

 

Wanneer hij zich uiteindelijk omdraait en wegloopt, voelt hij geen afsluiting. Wel een helderheid die niet uit woorden bestaat.

Wat morgen nodig is, zal zich morgen laten horen. Leiderschap, zo beseft hij nu, is niet het vermogen om antwoorden te geven, maar de moed om aanwezig te blijven in de ruimte waar iets nieuws wil ontstaan.

 

Leiderschap in de tweede bandbreedte is voor deze leider dan geen kunst van kunnen, maar een evolutief bewustzijn dat zich ontvouwt terwijl hij aanwezig blijft bij wat hier wil ontstaan.

 

En dat begint altijd in het hier en nu.